vrijdag 11 april 2008
Een goed begin is het halve werk
Nou, hier wordt de laatste tijd ook lekker veel gepost. Ik ben bang dat deze weblog gestorven is.
woensdag 27 februari 2008
Siberie en een ijsbeer
Maar na ongeveer 53 minuten was Pieter al weer terug op zijn hotelkamer. Want goeie grutjes, wat was Irkutsk een saaie stad. Zo doods en troosteloos. Het leek Ermelo wel.
Dus Pieter pakte snel zijn spulletjes en nam de bus richting het meer van Baikal, dat iets van 70 kilometer verderop lag. En hoewel de buschauffeur een ongelooflijk rode neus had en behoorlijk wat had gedronken, kwam de bus na een uurtje rijden slingerend tot stilstand in het plaatsje Listvyanka, dat zich op meesterlijke wijze had genesteld tussen de bergen en het meer van Baikal.
En dat is echt een joekel van een meer. Het meet iets van 600 km bij 60 km en is hier en daar 2 km diep. En het bevat ongeveer 20% van de zoetwatervoorraad op aarde! Veel he? Echt veel. Maar nu was het allemaal bevroren, en reden er vrachtauto's overheen.
Pieter stapte uit de bus, keek uit over het gigantische meer, snoof de frisse Siberische wind, en wilde net een broodje gaan eten toen er een mevrouw kwam aangelopen.
"Heb je misschien een plek nodig om te slapen?"
"Ja, hoezo?"
"Dan heb ik nog wel een aardig huisje voor je."
"Nou, ok."
En voor Pieter het wist zat hij in een luie stoel, met een glas wijn en een boek Chopin te luisteren, in zijn eigen houten chalet, uitkijkend over het meer van Baikal. Buiten was het erg koud, maar binnen straalde de kachel zoveel warmte uit, dat het je moeders kolenfornuis wel leek, wanneer zij des winters aan het wafelbakken was. Dus je kunt je wel voorstellen dat het Pieter het reuze naar zijn zin had daar.
De volgende dag arriveerden twee Franse jongens, Julien et Sebastien, die ook in het chalet wilden slapen. En dat vond Pieter best. Na een poosje alleen te zijn geweest, had hij wel weer wat behoefte aan gezelschap. Het waren bovenste beste jongens die bovendien vrachtwagenchauffeurs waren. Nou, daar kon onze ijzervlechter wel goed mee opschieten. Ze hadden een hele lading aan moppen en grappen meegenomen, die Pieter niet echt goed begreep, maar waar hij wel heel hard om moest lachen.
En de volgende dag was het zover. Pieter ging paardrijden! Dwars door de Siberische bossen, en de sneeuw, en de snijdende wind. En dat vond Pieter heel leuk. Het gaf hem een machtig gevoel. Het voorbijflitsende landschap, de suizende wind in je haren, je muts die afvalt, en natuurlijk struikelen bij het afstappen. Het was alsof hij het al jaren deed. Hij voelde zich net Brad Pitt in Thelma&Louise maar dan op een paard. Oh kijk, daar kwamen John Wayne en Clint Eastwood al aangereden. Met een valse grijns vroeg Clint:
Dus Pieter pakte snel zijn spulletjes en nam de bus richting het meer van Baikal, dat iets van 70 kilometer verderop lag. En hoewel de buschauffeur een ongelooflijk rode neus had en behoorlijk wat had gedronken, kwam de bus na een uurtje rijden slingerend tot stilstand in het plaatsje Listvyanka, dat zich op meesterlijke wijze had genesteld tussen de bergen en het meer van Baikal.
En dat is echt een joekel van een meer. Het meet iets van 600 km bij 60 km en is hier en daar 2 km diep. En het bevat ongeveer 20% van de zoetwatervoorraad op aarde! Veel he? Echt veel. Maar nu was het allemaal bevroren, en reden er vrachtauto's overheen.
Pieter stapte uit de bus, keek uit over het gigantische meer, snoof de frisse Siberische wind, en wilde net een broodje gaan eten toen er een mevrouw kwam aangelopen.
"Heb je misschien een plek nodig om te slapen?"
"Ja, hoezo?"
"Dan heb ik nog wel een aardig huisje voor je."
"Nou, ok."
En voor Pieter het wist zat hij in een luie stoel, met een glas wijn en een boek Chopin te luisteren, in zijn eigen houten chalet, uitkijkend over het meer van Baikal. Buiten was het erg koud, maar binnen straalde de kachel zoveel warmte uit, dat het je moeders kolenfornuis wel leek, wanneer zij des winters aan het wafelbakken was. Dus je kunt je wel voorstellen dat het Pieter het reuze naar zijn zin had daar.
De volgende dag arriveerden twee Franse jongens, Julien et Sebastien, die ook in het chalet wilden slapen. En dat vond Pieter best. Na een poosje alleen te zijn geweest, had hij wel weer wat behoefte aan gezelschap. Het waren bovenste beste jongens die bovendien vrachtwagenchauffeurs waren. Nou, daar kon onze ijzervlechter wel goed mee opschieten. Ze hadden een hele lading aan moppen en grappen meegenomen, die Pieter niet echt goed begreep, maar waar hij wel heel hard om moest lachen.
En de volgende dag was het zover. Pieter ging paardrijden! Dwars door de Siberische bossen, en de sneeuw, en de snijdende wind. En dat vond Pieter heel leuk. Het gaf hem een machtig gevoel. Het voorbijflitsende landschap, de suizende wind in je haren, je muts die afvalt, en natuurlijk struikelen bij het afstappen. Het was alsof hij het al jaren deed. Hij voelde zich net Brad Pitt in Thelma&Louise maar dan op een paard. Oh kijk, daar kwamen John Wayne en Clint Eastwood al aangereden. Met een valse grijns vroeg Clint:
"You've got to ask yourself one question: do I feel lucky? Well, do ya, punk?
"Yeah, I think I do Clint. I think I do."
Voor de rest was er geen ijsbeer te bekennen.
"Yeah, I think I do Clint. I think I do."
Voor de rest was er geen ijsbeer te bekennen.
maandag 18 februari 2008
Fijn in de trein
77 uur, 5185 km en vijf tijdzones later zat Pieter op zijn hotelkamer in Irkutsk. Hij zat wat met zijn veters te spelen en dacht ondertussen terug aan de eerste drie dagen met de Transsiberie Express. Want tjongejonge, dat was me wat hoor.
Na wat problemen met het vinden van het juiste station en dito spoor (alles wordt aangegeven in het Russisch, en dat is net een van de talen die hij de laatste jaren een beetje is verleerd), kwam Pieter op een gegeven moment op wonderbaarlijke wijze op de goede plek in de juiste trein terecht. Hij plofte neer in de 4-persoonscabine, slaakte een diepe zucht, installeerde zich een beetje en was er toen helemaal klaar voor. De Transsiberie Express zou beginnen.
Hij deelde zijn cabine met Vladimir en Vladimir, twee geheim agenten van de KGB. Maar ze waren superaardig, dus dat gaf allemaal niets. Ondanks het feit dat ze geen woord Engels konden, en Pieter geen woord Russisch, vertelden ze elkaar enorme verhalen, dronken ze vodka op hun gezondheid en een behouden vaart en deelden ze lief en eten met elkaar. En dit gold niet alleen voor het komische KGB-duo. De Russische mensen waren sowieso, ondanks dat het buiten -20 C was, heel erg warm en hartelijk. Overal waar Pieter kwam werd hij uitgenodigd voor een maaltijd, een glaasje vodka of een gezellig potje rummikub. Kortom, Pieter kon zijn lol niet op.
En voor de rest sliep hij wat, las af en toe een boekje, schreef een beetje, rookte een sigaretje als de trein stopte op een station, luisterde een beetje muziek, at zo nu en dan een hapje, en keek voor de rest vooral heel veel uit het raam.
Overdag droomde hij weg bij het verglijdende sneeuwlandschap. Met af en toe een dorpje, besuikerd met een hele dikke laag sneeuw. En voor de rest grote kale vlaktes met sneeuw erop. En bomen voorzien van een heleboel sneeuw. En af en toe een poolvos. Maar die kon je niet zien, omdat er zoveel sneeuw was. En voor de rest natuurlijk heel veel sneeuw. En sneeuw, sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Sneeuw.
En 's nachts keek hij naar de sterren en de maan. En dan was hij gelukkig. Op weg en gelukkig.
Maar goed, na 77 uur had hij dat allemaal wel behoorlijk gezien en geschoten natuurlijk. Ik bedoel, zulke dingen moeten ook niet te lang duren. En nu zat hij dus op z'n hotelkamer in Irkutsk. Hij trok zijn sokken aan. En zijn trainingsbroek. En zijn shirt. En een trui. Een paar skisokken. En een broek. Nog een trui. Een sjaal. Zijn Siberische en tevens communistische legerjas. Een paar dikke handschoenen. Een muts. En natuurlijk zijn schoenen, niet te vergeten. In Siberie is het immers superfris!
En toen stapte hij de deur uit, blies in zijn handen, en ging welgemutst op stap om op z'n gemak Siberie even te verkennen.
vrijdag 15 februari 2008
Moskou! Moskou!
"Taxi? Taxi?" Pieter schudde brommend van nee en hees zich met zijn superzware tas door het vliegveld. Hij was net geland en was op zoek naar de uitgang. Maar die kon hij nergens vinden. Waar zit zo'n ding? En waar is Moskou dan vanaf hier? En hoe kom ik trouwens van hier naar mijn hotel? En op welk vliegveld zit ik uberhaupt? En wat doe ik hier ook al weer?
Uit het niets kwam er een gigantische Rus op hem afgelopen. Pieter keek een beetje angstig om zich heen. Maar toen klonk een vriendelijke doch vreselijk zware stem:
"Taxi? Special price for my friend."
"Really? Special price for me? How much?"
"50 euros."
"50 euros? Well, that's alsno no money. I would be a thief of my own wallet if I wouldn't do this."
"Oke. Let's go."
En zo kwam het dat Pieter door een gigantische Rus naar zijn hotel werd gebracht.
Onderweg praatte de chauffeur honderduit over het nieuwe geweer dat hij had gekocht, en hoeveel beren hij daar wel niet mee ging schieten. En dan lachte hij al zijn gele tanden bloot. Pieter verstond er geen zak van, maar hij knikte driftig van ja. Ook omdat hij bang was dat hij anders een klap op zijn bek zou krijgen. En ondertussen keek hij zijn ogen uit. Tjongejonge, wat een grote stad. En ook gebouwen.
Toen Pieter zijn hotel bereikt had, gaf hij de gigantische Rus snel zijn geld, sprong uit de auto, pakte z'n spullen en ging er als een haas vandoor.

Het was inmiddels iets van 13h. En Pieter besloot op zijn gemak eens even rond te neuzen in de stad. Hij slenterde wat in het rond, bekeek hier en daar wat gebouwen, maakte een paar foto's, dronk een heleboel cappucinootjes, en las wat in zijn Lonely Planet, en had het reuze naar zijn zin (hij merkte overigens wel dat hij de hele tijd een beetje vreemd werd aangekeken, maar misschien kwam dat ook wel omdat hij een legerjas aan had die nog uit het communistische tijdperk stamde). Kortom, het was een fijn dagje. Alleen, wel een beetje koud. Het sneeuwde immers. Holy cow!
Toen zag Pieter dat het reeds avond was geworden. En met een diepe zucht viel hij in slaap. Morgen zou hij vertrekken met de Trans-Siberie Express.
Uit het niets kwam er een gigantische Rus op hem afgelopen. Pieter keek een beetje angstig om zich heen. Maar toen klonk een vriendelijke doch vreselijk zware stem:
"Taxi? Special price for my friend."
"Really? Special price for me? How much?"
"50 euros."
"50 euros? Well, that's alsno no money. I would be a thief of my own wallet if I wouldn't do this."
"Oke. Let's go."
En zo kwam het dat Pieter door een gigantische Rus naar zijn hotel werd gebracht.
Onderweg praatte de chauffeur honderduit over het nieuwe geweer dat hij had gekocht, en hoeveel beren hij daar wel niet mee ging schieten. En dan lachte hij al zijn gele tanden bloot. Pieter verstond er geen zak van, maar hij knikte driftig van ja. Ook omdat hij bang was dat hij anders een klap op zijn bek zou krijgen. En ondertussen keek hij zijn ogen uit. Tjongejonge, wat een grote stad. En ook gebouwen.
Toen Pieter zijn hotel bereikt had, gaf hij de gigantische Rus snel zijn geld, sprong uit de auto, pakte z'n spullen en ging er als een haas vandoor.

Het was inmiddels iets van 13h. En Pieter besloot op zijn gemak eens even rond te neuzen in de stad. Hij slenterde wat in het rond, bekeek hier en daar wat gebouwen, maakte een paar foto's, dronk een heleboel cappucinootjes, en las wat in zijn Lonely Planet, en had het reuze naar zijn zin (hij merkte overigens wel dat hij de hele tijd een beetje vreemd werd aangekeken, maar misschien kwam dat ook wel omdat hij een legerjas aan had die nog uit het communistische tijdperk stamde). Kortom, het was een fijn dagje. Alleen, wel een beetje koud. Het sneeuwde immers. Holy cow!
Toen zag Pieter dat het reeds avond was geworden. En met een diepe zucht viel hij in slaap. Morgen zou hij vertrekken met de Trans-Siberie Express.
dinsdag 5 februari 2008
Afscheid en vertrek
Toen Pieter de volgende ochtend wakker werd ontdekte hij tot zijn grote schrik dat de zon reeds hoog aan de hemel stond. Hij keek op zijn wekker. 'Huh?' dacht hij. 'Dat is ook wat. Over een half uur vertrekt mijn vliegtuig. En ik lig hier nog in mijn bed. Dat kan vast niet de bedoeling zijn. Laat ik maar vlug mijn spullen gaan pakken.'
Nu moet u weten, Pieter was op het eerste gezicht een beetje een slome druiloor, maar zodra het nodig was kon hij razendsnel snel denken en bovendien, en dat zie je maar zelden, dienovereenkomstig handelen.
Met deze voor Pieter zo kenmerkende doortastendheid in noodsituaties sprong hij uit zijn bed, rende de trap af, bedacht zich dat hij zijn koffier niet bij zich had en die bovendien nog moest inpakken, rende weer naar boven, had ondertussen in zijn hoofd bedacht waar zijn koffer lag en wat hij daar allemaal in moest stoppen, belde ondertussen een taxi, deed de kastdeur open, griste er inderhaast de benodigde kledij benevens allerhande gadgets uit, smeet het in de koffer, ging op de koffer zitten en deed de ritssluiting dicht (dit is nu zo’n voorbeeld van dat bijna op reflex-snelheid denken van Alfred: weten dat de koffer niet dicht kan omdat hij te vol zit en er dan gewoon bovenop gaan zitten), bedacht toen dat hij zijn toiletspullen was vergeten, probeerde de koffer weer te openen, bedacht dat dit niet lukte omdat hij te vol zat en er hierdoor teveel druk op de sluiting stond, bedacht toen dat als hij weer op de koffer ging zitten dit probleem verholpen zou worden, ging op de koffer zitten, opende de koffer weer (dit is een wat minder goed voorbeeld), rende naar de badkamer, deed tandpasta op zijn tandenborstel, stak de tandenborstel in zijn mond en begon te poetsen, rende ondertussen terug naar de koffer, gooide zijn toiletspullen erin, sloot de koffer, at nog snel even een banaan, rende naar beneden en zei tegen zichzelf: 'Zo, ik ben klaar om te gaan.'
Hij trok de deur achter zich dicht, stapte in de taxi, keek nog even om en toen was hij verdwenen. Op weg naar het grote avontuur. Inderhaast had hij nog snel even een briefje voor de hospita achtergelaten:
Lieve mevrouw de hospita,
Ik ga op reis. Ik pak het vliegtuig en blijf voor zes maanden weg. Ik hoop dat het u in de tussentijd goed mag vergaan. En dat ik bij mijn thuiskomst uw oude chagrijnige zuurkoolkop in blakende gezondheid mag begroeten. Wilt u tegen alle mensen die mijn kamer leeg aantreffen zeggen dat ik van ze houd en dat ik over zes maanden weer terug ben? Welnu, dan scheiden hier onze wegen. Ik om te leven, u om te sterven. Wie van ons het beste af is, dat weet God alleen.Doei!
Het Grote & Ultieme Plan
Maar toen, na zes heerlijke maanden, had Pieter zijn centjes verdiend. Hij had nu genoeg geld om op reis te gaan. Dus stak hij een vrolijke middelvinger op naar zijn Poolse collegae, ging op zijn kamertje zitten, trok een flesje champagne open, pakte pen en papier en installeerde zich met allerlei encyclopedia en landkaarten achter zijn bureau om een Groot & Ultiem Plan te maken voor zijn reis.
En na een hele nacht van rondneuzen in bosatlassen, bladeren door naslagwerken en kluiven op de achterkant van een potlood, had hij zijn Grote & Ultieme Plan gemaakt. Hij knorde tevreden, zag dat het inmiddels ochtend was geworden en viel prompt in slaap.
- Met het vliegtuig naar Moskou.
- Daar een beetje chillen.
- En dan met de Trans-Siberië Express.
- Van Moskou naar Irkutsk.
- In Irkutsk een enorm frisse neus halen.
- Het is er immers -30 C.
- En dan van Irkutsk naar Ulan Bator.
- De hoofdstad van Mongolië.
- Even die Mongolen leren paardrijden.
- En dan van Ulan Bator naar Beijing.
- Daar een beetje chillen.
- En van daar met de Himalaya Express.
- Met de trein over de Himalaya dus.
- Naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet.
- Even lekker tot jezelf komen.
- En vanuit Lhasa met de Jeep naar Kathmandu.
- De hoofdstad van Nepal.
- Ook over de Himalaya. Via de Mount Everest zelfs.
- In Nepal iets goeds doen voor de wereld.
- Om het geweten te sussen.
- En vanuit Nepal naar India.
- Daar een beetje chillen.
- En vanuit India terug naar Amsterdam.
- Met het vliegtuig.
Tijd: Zes maanden
Geld: € 10.000,-
Klaar.
woensdag 30 januari 2008
Hoe Pieter zijn centjes verdiende
Maar ja, als je op reis wilt dan moet je natuurlijk wel een grote zak met centjes hebben. En die had Pieter niet. Dus moest hij eerst op zoek naar werk. En dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want hij informeerde van hot naar her en solliciteerde zich een slag in de rondte, maar geen enkel baantje leek hem geschikt. Of het verdiende te weinig, of de koffie was niet te drinken, of de mensen waren te lelijk. Er was altijd wel wat. En net toen hij de hoop op wilde geven vond Pieter een baantje dat precies bij hem paste: IJzervlechter! Dit leek hem wel geknipt! Niet alleen omdat het zo goed verdiende en er zoveel intellectuele uitdaging in zat. Maar ook omdat het zo verschrikkelijk zwaar werk was, hij elke ochtend vijf uur zijn bed uit zou moeten en hij van die humoristische en gezellige Poolse collegae zou hebben met wie hij urenlang kon praten over het vak. En ook over het leven. Of moppentappen.

Hier zie je Pieter aan het werk (die jongen met die bril). Rechts staan allerhande Poolse collegae. Op hun hoofd hebben ze allemaal een gele helm. Dat is voor de veiligheid.
IJzervlechten werkt als volgt:
1. Er moet ergens een vloer komen.
2. Van beton.
3. Gewapend beton om precies te zijn.
4. Voordat het beton gestort wordt.
5. Moet er eerst ijzer (wapening) liggen.
6. Want dan krijg je gewapend beton.
7. Voordat er beton gestort wordt.
8. Moet dus eerst iemand al dat ijzer erin leggen.
9. En dat doet een ijzervlechter.
10. Pieter dus.

Hier zie je Pieter aan het werk (die jongen met die bril). Rechts staan allerhande Poolse collegae. Op hun hoofd hebben ze allemaal een gele helm. Dat is voor de veiligheid.
IJzervlechten werkt als volgt:
1. Er moet ergens een vloer komen.
2. Van beton.
3. Gewapend beton om precies te zijn.
4. Voordat het beton gestort wordt.
5. Moet er eerst ijzer (wapening) liggen.
6. Want dan krijg je gewapend beton.
7. Voordat er beton gestort wordt.
8. Moet dus eerst iemand al dat ijzer erin leggen.
9. En dat doet een ijzervlechter.
10. Pieter dus.
zondag 27 januari 2008
Hoe het allemaal begon
Het moet een druilerige ochtend ergens in februari zijn geweest dat Pieter wakker werd, uit het raam keek en bedacht dat hij moest stoppen met zijn studie filosofie. Het was mooi geweest. De pijnbank van de zinloosheid. Vragen zonder antwoord. Denken zonder einde. Duistere labyrinthen in zijn hoofd waarin hij verloren ronddwaalde. Zonder doel, zonder richting. Hij was de weg al lang geleden kwijtgeraakt. Ook omdat het er zo donker was natuurlijk.En nu had hij er tabak van. Zo kon hij toch immers niet verder? Hij kon toch niet zijn hele leven doelloos blijven ronddwalen in één of ander duister labyrinth? Leg die lat eens wat hoger voor jezelf! Ga eens op avontuur!
En zo kwam het dat Pieter, starend uit het raam naar de druilerige februari-ochtend, besloot op reis te gaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)