dinsdag 5 februari 2008

Afscheid en vertrek

Toen Pieter de volgende ochtend wakker werd ontdekte hij tot zijn grote schrik dat de zon reeds hoog aan de hemel stond. Hij keek op zijn wekker. 'Huh?' dacht hij. 'Dat is ook wat. Over een half uur vertrekt mijn vliegtuig. En ik lig hier nog in mijn bed. Dat kan vast niet de bedoeling zijn. Laat ik maar vlug mijn spullen gaan pakken.'
Nu moet u weten, Pieter was op het eerste gezicht een beetje een slome druiloor, maar zodra het nodig was kon hij razendsnel snel denken en bovendien, en dat zie je maar zelden, dienovereenkomstig handelen.

Met deze voor Pieter zo kenmerkende doortastendheid in noodsituaties sprong hij uit zijn bed, rende de trap af, bedacht zich dat hij zijn koffier niet bij zich had en die bovendien nog moest inpakken, rende weer naar boven, had ondertussen in zijn hoofd bedacht waar zijn koffer lag en wat hij daar allemaal in moest stoppen, belde ondertussen een taxi, deed de kastdeur open, griste er inderhaast de benodigde kledij benevens allerhande gadgets uit, smeet het in de koffer, ging op de koffer zitten en deed de ritssluiting dicht (dit is nu zo’n voorbeeld van dat bijna op reflex-snelheid denken van Alfred: weten dat de koffer niet dicht kan omdat hij te vol zit en er dan gewoon bovenop gaan zitten), bedacht toen dat hij zijn toiletspullen was vergeten, probeerde de koffer weer te openen, bedacht dat dit niet lukte omdat hij te vol zat en er hierdoor teveel druk op de sluiting stond, bedacht toen dat als hij weer op de koffer ging zitten dit probleem verholpen zou worden, ging op de koffer zitten, opende de koffer weer (dit is een wat minder goed voorbeeld), rende naar de badkamer, deed tandpasta op zijn tandenborstel, stak de tandenborstel in zijn mond en begon te poetsen, rende ondertussen terug naar de koffer, gooide zijn toiletspullen erin, sloot de koffer, at nog snel even een banaan, rende naar beneden en zei tegen zichzelf: 'Zo, ik ben klaar om te gaan.'
Hij trok de deur achter zich dicht, stapte in de taxi, keek nog even om en toen was hij verdwenen. Op weg naar het grote avontuur. Inderhaast had hij nog snel even een briefje voor de hospita achtergelaten:

Lieve mevrouw de hospita,

Ik ga op reis. Ik pak het vliegtuig en blijf voor zes maanden weg. Ik hoop dat het u in de tussentijd goed mag vergaan. En dat ik bij mijn thuiskomst uw oude chagrijnige zuurkoolkop in blakende gezondheid mag begroeten. Wilt u tegen alle mensen die mijn kamer leeg aantreffen zeggen dat ik van ze houd en dat ik over zes maanden weer terug ben? Welnu, dan scheiden hier onze wegen. Ik om te leven, u om te sterven. Wie van ons het beste af is, dat weet God alleen.

Doei!

Geen opmerkingen: