Na wat problemen met het vinden van het juiste station en dito spoor (alles wordt aangegeven in het Russisch, en dat is net een van de talen die hij de laatste jaren een beetje is verleerd), kwam Pieter op een gegeven moment op wonderbaarlijke wijze op de goede plek in de juiste trein terecht. Hij plofte neer in de 4-persoonscabine, slaakte een diepe zucht, installeerde zich een beetje en was er toen helemaal klaar voor. De Transsiberie Express zou beginnen.
Hij deelde zijn cabine met Vladimir en Vladimir, twee geheim agenten van de KGB. Maar ze waren superaardig, dus dat gaf allemaal niets. Ondanks het feit dat ze geen woord Engels konden, en Pieter geen woord Russisch, vertelden ze elkaar enorme verhalen, dronken ze vodka op hun gezondheid en een behouden vaart en deelden ze lief en eten met elkaar. En dit gold niet alleen voor het komische KGB-duo. De Russische mensen waren sowieso, ondanks dat het buiten -20 C was, heel erg warm en hartelijk. Overal waar Pieter kwam werd hij uitgenodigd voor een maaltijd, een glaasje vodka of een gezellig potje rummikub. Kortom, Pieter kon zijn lol niet op.
En voor de rest sliep hij wat, las af en toe een boekje, schreef een beetje, rookte een sigaretje als de trein stopte op een station, luisterde een beetje muziek, at zo nu en dan een hapje, en keek voor de rest vooral heel veel uit het raam.
Overdag droomde hij weg bij het verglijdende sneeuwlandschap. Met af en toe een dorpje, besuikerd met een hele dikke laag sneeuw. En voor de rest grote kale vlaktes met sneeuw erop. En bomen voorzien van een heleboel sneeuw. En af en toe een poolvos. Maar die kon je niet zien, omdat er zoveel sneeuw was. En voor de rest natuurlijk heel veel sneeuw. En sneeuw, sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Sneeuw.
En 's nachts keek hij naar de sterren en de maan. En dan was hij gelukkig. Op weg en gelukkig.
Maar goed, na 77 uur had hij dat allemaal wel behoorlijk gezien en geschoten natuurlijk. Ik bedoel, zulke dingen moeten ook niet te lang duren. En nu zat hij dus op z'n hotelkamer in Irkutsk. Hij trok zijn sokken aan. En zijn trainingsbroek. En zijn shirt. En een trui. Een paar skisokken. En een broek. Nog een trui. Een sjaal. Zijn Siberische en tevens communistische legerjas. Een paar dikke handschoenen. Een muts. En natuurlijk zijn schoenen, niet te vergeten. In Siberie is het immers superfris!
En toen stapte hij de deur uit, blies in zijn handen, en ging welgemutst op stap om op z'n gemak Siberie even te verkennen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten