Maar na ongeveer 53 minuten was Pieter al weer terug op zijn hotelkamer. Want goeie grutjes, wat was Irkutsk een saaie stad. Zo doods en troosteloos. Het leek Ermelo wel.
Dus Pieter pakte snel zijn spulletjes en nam de bus richting het meer van Baikal, dat iets van 70 kilometer verderop lag. En hoewel de buschauffeur een ongelooflijk rode neus had en behoorlijk wat had gedronken, kwam de bus na een uurtje rijden slingerend tot stilstand in het plaatsje Listvyanka, dat zich op meesterlijke wijze had genesteld tussen de bergen en het meer van Baikal.
En dat is echt een joekel van een meer. Het meet iets van 600 km bij 60 km en is hier en daar 2 km diep. En het bevat ongeveer 20% van de zoetwatervoorraad op aarde! Veel he? Echt veel. Maar nu was het allemaal bevroren, en reden er vrachtauto's overheen.
Pieter stapte uit de bus, keek uit over het gigantische meer, snoof de frisse Siberische wind, en wilde net een broodje gaan eten toen er een mevrouw kwam aangelopen.
"Heb je misschien een plek nodig om te slapen?"
"Ja, hoezo?"
"Dan heb ik nog wel een aardig huisje voor je."
"Nou, ok."
En voor Pieter het wist zat hij in een luie stoel, met een glas wijn en een boek Chopin te luisteren, in zijn eigen houten chalet, uitkijkend over het meer van Baikal. Buiten was het erg koud, maar binnen straalde de kachel zoveel warmte uit, dat het je moeders kolenfornuis wel leek, wanneer zij des winters aan het wafelbakken was. Dus je kunt je wel voorstellen dat het Pieter het reuze naar zijn zin had daar.
De volgende dag arriveerden twee Franse jongens, Julien et Sebastien, die ook in het chalet wilden slapen. En dat vond Pieter best. Na een poosje alleen te zijn geweest, had hij wel weer wat behoefte aan gezelschap. Het waren bovenste beste jongens die bovendien vrachtwagenchauffeurs waren. Nou, daar kon onze ijzervlechter wel goed mee opschieten. Ze hadden een hele lading aan moppen en grappen meegenomen, die Pieter niet echt goed begreep, maar waar hij wel heel hard om moest lachen.
En de volgende dag was het zover. Pieter ging paardrijden! Dwars door de Siberische bossen, en de sneeuw, en de snijdende wind. En dat vond Pieter heel leuk. Het gaf hem een machtig gevoel. Het voorbijflitsende landschap, de suizende wind in je haren, je muts die afvalt, en natuurlijk struikelen bij het afstappen. Het was alsof hij het al jaren deed. Hij voelde zich net Brad Pitt in Thelma&Louise maar dan op een paard. Oh kijk, daar kwamen John Wayne en Clint Eastwood al aangereden. Met een valse grijns vroeg Clint:
Dus Pieter pakte snel zijn spulletjes en nam de bus richting het meer van Baikal, dat iets van 70 kilometer verderop lag. En hoewel de buschauffeur een ongelooflijk rode neus had en behoorlijk wat had gedronken, kwam de bus na een uurtje rijden slingerend tot stilstand in het plaatsje Listvyanka, dat zich op meesterlijke wijze had genesteld tussen de bergen en het meer van Baikal.
En dat is echt een joekel van een meer. Het meet iets van 600 km bij 60 km en is hier en daar 2 km diep. En het bevat ongeveer 20% van de zoetwatervoorraad op aarde! Veel he? Echt veel. Maar nu was het allemaal bevroren, en reden er vrachtauto's overheen.
Pieter stapte uit de bus, keek uit over het gigantische meer, snoof de frisse Siberische wind, en wilde net een broodje gaan eten toen er een mevrouw kwam aangelopen.
"Heb je misschien een plek nodig om te slapen?"
"Ja, hoezo?"
"Dan heb ik nog wel een aardig huisje voor je."
"Nou, ok."
En voor Pieter het wist zat hij in een luie stoel, met een glas wijn en een boek Chopin te luisteren, in zijn eigen houten chalet, uitkijkend over het meer van Baikal. Buiten was het erg koud, maar binnen straalde de kachel zoveel warmte uit, dat het je moeders kolenfornuis wel leek, wanneer zij des winters aan het wafelbakken was. Dus je kunt je wel voorstellen dat het Pieter het reuze naar zijn zin had daar.
De volgende dag arriveerden twee Franse jongens, Julien et Sebastien, die ook in het chalet wilden slapen. En dat vond Pieter best. Na een poosje alleen te zijn geweest, had hij wel weer wat behoefte aan gezelschap. Het waren bovenste beste jongens die bovendien vrachtwagenchauffeurs waren. Nou, daar kon onze ijzervlechter wel goed mee opschieten. Ze hadden een hele lading aan moppen en grappen meegenomen, die Pieter niet echt goed begreep, maar waar hij wel heel hard om moest lachen.
En de volgende dag was het zover. Pieter ging paardrijden! Dwars door de Siberische bossen, en de sneeuw, en de snijdende wind. En dat vond Pieter heel leuk. Het gaf hem een machtig gevoel. Het voorbijflitsende landschap, de suizende wind in je haren, je muts die afvalt, en natuurlijk struikelen bij het afstappen. Het was alsof hij het al jaren deed. Hij voelde zich net Brad Pitt in Thelma&Louise maar dan op een paard. Oh kijk, daar kwamen John Wayne en Clint Eastwood al aangereden. Met een valse grijns vroeg Clint:
"You've got to ask yourself one question: do I feel lucky? Well, do ya, punk?
"Yeah, I think I do Clint. I think I do."
Voor de rest was er geen ijsbeer te bekennen.
"Yeah, I think I do Clint. I think I do."
Voor de rest was er geen ijsbeer te bekennen.
3 opmerkingen:
Moet je nagaan: zit ik op de Guido te werken (!), kom ik er achter dat mijn oude schoolvriend mijn nichtje aan de haak heeft geslagen (toch?) en dat 'ie romantisch-eenzaam Siberiƫ doorkruist terwijl zij Boeddha himself zit te knipogen.
Wat wordt ik daar weemoedig van...
Ik heb eens in het baikal meer gezwommen. Daarna heb ik het nooit meer koud gehad. Misschien een idee.
He Pieter,
Mooie verhalen man! Een tijdje je weblog niet gelezen, maar dit is weer ouderwets smullen. Erg mooi dat je verhaal is doorspekt met Bob Evers en The Office verwijzingen. Smakelijk om moeten lachen. Volgens mij vermaak je je opperbest daar. Waar ben je nu? Gr. Bart
Een reactie posten